Drie praktische buikspieroefeningen

U ligt op uw rug op de grond met beide benen gebogen, waarbij de voeten op de grond geplaatst zijn. Handen worden achter het hoofd geplaatst met ellebogen naar buiten. U drukt de onderrug tegen de grond (span de buikspieren) en met uw rug tegen de grond komt u een klein stukje overeind met hoofd en schouders. Hooguit tot u de buikspieren actief voelt aanspannen terwijl u recht omhoog kijkt. Veel voorkomende fout bij deze oefening is een holle rug en kin op de borst. Let er dus op dat uw houding correct is. U kunt de oefening verzwaren door tevens één been iets op te tillen (been afwisselen) en u kunt de oefening lichter maken door het hoofd te laten rusten en met het been boven de grond kleine stukjes op en neer te bewegen, ook hierbij moet de onderrug voortdurend contact met de grond hebben.

 

U staat op handen en knieën met het hoofd in het verlengde van het bovenlichaam. U buigt uw armen, zodat u op de onderarmen steunt. Terwijl u de buikspieren aanspant, plaatst u de knieën verder naar achter. Deze oefening kunt u verzwaren door in elleboogsteun op uw buik te liggen en de knieën van de grond te houden. Belangrijk bij deze oefening is dat uw lichaam in één lijn blijft, dus geen holle rug. De oefening is lichter te maken door op handen en knieën uw rug hol en bol te maken (buik intrekken).

Vanuit rugligging met bijna gestrekte benen spant u uw buikspieren aan. U voelt nu het bekken kantelen en de onderrug tegen de grond komen. Terwijl uw hoofd rust, tilt u één been iets van de grond, de onderrug moet tegen de grond gedrukt blijven. Van been wisselen.

Onder Sporten & Bewegen vindt u nog meer informatie, zoals beenoefeningen en calorieverbruik per activiteit.

Terug